Schrijven. We doen het allemaal. Met de smartphone, de laptop of de pen. We schrijven elkaar; van ons af; boodschappenlijstjes; geschiedenis; e-mails; verhalen; liefdesbrieven; een sinterklaasgedicht. We schrijven een vriend; een collega; een onbekende. We schrijven in ieder geval allemaal. En we schrijven om in verbinding te blijven. Met elkaar. Met onszelf. Schrijven is denken, voelen, reflecteren. Leven.
Het liefst schrijf ik:
gedichtjes met de pen.
B r i e v e n met de typemachine.
Overpeinzingen op de computer.
- En toen viel er een stilte [dichtbundel]
verkent in zes thema’s de speelse en onvoorspelbare kanten van taal door middel van afwisselende rijmschema’s, structuren en grammatica. De gedichten balanceren tussen zware emotie en sarcasme.
- Flessenpost [dichtbundel]
is een conceptueel werk waarin de thema’s vergankelijkheid en wachten centraal staan. Voor Flesenpost stuurde ik in anderhalf jaar tijd ongeveer 150 gedichten de wereld in via Pakje Kunst. Enkele van de teruggestuurde gedichten vormen samen een bundeltje.
- Ter plaatse – Een compositie van wat ik heb zien liggen op straat [essay]
is een honderd dagen durende oefening in schrijven. Elke dag noteer ik wat ik op straat zie liggen: achtergelaten, verloren, verschoven, verplaatst. Ik beschrijf wat ik zie, wat er is. En fantaseer over wat er wellicht geweest is. Door te blijven kijken naar het kleine en het ogenschijnlijk onbelangrijke, wil ik ruimte maken voor wat meestal onopgemerkt blijft. Het is zo ook een poging om aanwezig te zijn.